Onzichtbaar Ziek: Met de neus de andere kant op

blog25-niet-willen-zienDaar staat ze, ze kan geen kant op. Een ontmoeting is onvermijdelijk. Ik kijk haar aan en zeg vriendelijk gedag. Haar neus verkleurt en trekt met een ruk de andere kant op. Ik glimlach en loop verder. Herinneringen van toen, passeren in mijn hoofd. Ik was ziek, zij zagen het niet, begrepen het niet en nu? Nu ben ik zelfs onzichtbaar op straat. Maar ik lach en loop rustig verder. Met de neus de andere kant op.

Met een heerlijk warme ochtendzon op mijn gezicht, laat ik mijn hond uit. Iedere dag ben ik blij dat we haar hebben gekocht. Ze is niet alleen een aanvulling op ons gezin, maar zij haalt mij letterlijk uit een isolement en trekt me naar buiten. Iets dat nodig was, want na de schildklierkanker werd ik, door de hormonen die niet in balans kwamen, depressief en kwam ik de bank haast niet meer af. Het sloop er in. Ik was moe , had spierpijn en mijn stemming wisselde steeds meer. Eenzaamheid was het gevolg. Maar omdat ik wel altijd lachte, zag niemand die eenzaamheid.

Die lach werd mijn valkuil. Juist omdat mensen de pijn, de moeheid en de eenzaamheid niet zagen, bleef het begrip uit. “Waarom is ze ziek thuis?”, luidden de vragen. Ze lacht immers. “Haar boek is uit, als ze een interview kan geven, is ze toch ook niet te moe om mee uit te gaan of te werken?”. Hadden ze deze vragen maar rechtstreeks aan mij gesteld, maar ik wist niet dat er zo werd gedacht. Het leek wel alsof ik niet meer bestond. De wereld waar ik ooit aan toebehoorde, was me vergeten. Depressief en alleen zat ik dagen, weken, maanden lang op de bank. Niemand zag en niemand vroeg hoe het werkelijk ging. Het was alsof ik uit beeld was en de beeldbuis niet meer op mijn zender wilde komen.

Langzaam krabbelde ik op. “Waar ben jij geweest?”, vroeg een oude bekende me. “Ziek”, was mijn antwoord. “Goh, dat wist ik niet, dat had ik niet gezien”, klonk het terug. “Nou hoe dan ook, je ziet er goed uit dus alles is weer goed toch?” Mijn “ja hoor” van pure gemakzucht klonk helder en vrolijk. Van binnen drukt een zware steen op mijn maag. Ik merkte dat de wereld waar ik ooit aan toebehoorde, voor mij de deur had dichtgedaan. Het opkrabbelen werd zwaarder bij elke deur die ik dicht aantrof. Totdat ik een raam open zag staan.

En daar loop ik dan een jaar later met mijn hondje in de zon. Mijn lach echter dan hij ooit is geweest. Ik speel geen toneelstukje meer. Wanneer men vraagt hoe het gaat, zeg ik hoe het gaat. De mensen die de moeite niet nemen, zie ik niet meer. Zij hebben mij immers onzichtbaar gemaakt. Tot vandaag…

Daar staat ze,  ze kan gaan kant op. Een ontmoeting is onvermijdelijk. Ik kijk haar aan en zeg vriendelijk gedag. Haar neus verkleurt en trekt met een ruk de andere kant op. Ik glimlach en loop verder. Herinneringen van toen passeren in mijn hoofd. Ik was ziek, zij zagen het niet, begrepen het niet en nu? Nu ben ik zelfs onzichtbaar op straat. Maar ik lach en loop rustig verder. Met de neus de andere kant op!

Dit blog werd oorspronkelijk gepubliceerd via Onzichtbaar Ziek

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *