We zijn niet allemaal hetzelfde!

‘Wat een herkenning!’ Het is de meest gehoorde reactie sinds ik ben gaan schrijven. Daar ben ik enorm blij mee, want dat was een van de redenen dat ik überhaupt ben begonnen. Het bieden van herkenning voor diegenen die dat nodig hebben. Tóch word ik juist getriggerd door de beduidend kleinere categorie die juist het tegenovergestelde terug geeft. Mijn antwoord daarop is simpel. We zijn niet allemaal hetzelfde!  lees verder

Gelukkig maar, denk ik daar meteen bij. Ieder mens is uniek in zijn eigen soort. Een persoonlijkheid met eigen gevoelens, eigen ontwikkeling en eigen denkwijzen. Ik heb geleerd ieder mens te respecteren zoals hij is. Natuurlijk hoop je met datzelfde respect te worden terug behandeld. Het is een kunst niet teleurgesteld te zijn als het dan eens anders loopt. Het aloude spreekwoord luidt: wanneer je je kop boven het maaiveld uitsteekt, wordt hij eraf gehakt. Nou, mijn hoofd is het laatste jaar al regelmatig als bowlingbal gebruikt.

Vergelijken

Het geeft niet. Ik wist wat ik over mezelf af zou roepen toen ik publiciteit zocht voor een relatief zeldzame aandoening. Ik wist ook dat de titel van mijn boek tot weerstand zou leiden. Maar hoe je mijn titel ook interpreteert, er zit een grote vorm van waarheid in. Goede kanker bestaat nu eenmaal écht niet! Ik wil daarmee dus níet zeggen dat ik niet blij ben dat ik nog leef. Of dat kankervormen waarbij mensen geen overlevingskans hebben minder belangrijk zijn. Ziekten vergelijken is niet mogelijk.

In mijn schrijven gaat het om mijn persoonlijke verhaal. Een persoonlijk verhaal dat toevallig aan heel erg veel mensen herkenning biedt. Daarom weet ik dat het goed is. Daarom blijf ik mijn hoofd op een presenteerblaadje aanbieden.

Juist bij een ziekte als schildklierkanker is vergelijken lastig. Hormonen zijn persoonlijke dingen. Alleen al het afstellen van de medicatie is onvergelijkbaar. De een slikt een hoge dosis, terwijl de ander met diezelfde dosis al overgedoseerd is. De een werkt na de operatie een groot bord spaghetti naar binnen, waar de ander alleen aan waterijsjes likt. De een gaat na drie weken werken en zelfs sporten, terwijl de ander na zes maanden nog niet vooruit komt.

‘Sta op’

Dat mensen zonder schildklierziekte dit alles lastig begrijpen, is eigenlijk best logisch. Het maakt het ook extra lastig voor werkgevers en bedrijfsartsen.Er is geen vergelijkingsmateriaal, geen referentiekader. Er is slechts het woord van de patiënt die zich worstelend door de dagen sleept. Terwijl die ene collega, vriendin of werkgever misschien wel een kennis heeft die helemaal nergens last van heeft.

Begrip kweek je pas als er duidelijkheid is. Juist dáárom is het zo belangrijk dat de patiënt met wie het minder goed gaat, van zich laat horen! Dat de artsen opstaan, samen met die groep die het vechten moe is. Dat we hardop roepen. ‘We zijn niet allemaal hetzelfde!!’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *