the bare necessities of life (de primaire behoeften van het leven)

the bare necessities of life (de primaire behoeften van het leven)

Gedachtenloos gaan mijn vingers over de toetsen van mijn telefoon. Felgekleurde diamantjes razen over mijn scherm. Zonder nadenken haal ik de benodigde punten binnen en breng mijn spel tot het volgende level. De zaterdag gaat geruisloos voorbij in het niks. Ik ben leeg en lusteloos. Letterlijk, want na een fixe griep, kwamen gisteren mijn darmen plotseling in opstand. Ach, je kan het ook maar allemaal gehad hebben, denk ik. Vanaf nu kan het alleen maar weer beter gaan. Met deze wijze gedachte, laat ik het stomme spelletje voor wat het is en verzet mijn gedachten naar vorige week.

Ondanks dat ik qua geluid meer in Pieterburen thuishoor rijden we doelbewust de andere kant op in zuidelijke richting. Eindbestemming ‘Neverland’. De weken ervoor zijn moeilijk geweest. Qua gezondheid zit ik allesbehalve lekker in mijn vel, daarnaast zorgt de overgang voor steeds meer overlast en was ik mijn richting compleet even kwijt. Ik begon te denken in termen als ‘niemand en iedereen’, ‘alles en iets’ en ‘altijd en nooit’. Een teken aan de wand dat mijn gemoedstoestand niet de goede kant op gaat. Tijd om even los te laten en mezelf te voeden met rust en ontspanning. 500 kilometer verder vinden we wat we nodig hebben.

De magie van Disney doet zijn werk goed als ook de buitenlucht voor mijn benauwde zeehondenblaf. Krijg je daar nou nooit genoeg van, vraagt een vriendin. Nee! Is ons volmondige antwoord. Wat wij daar binden is zoveel meer dan wat het op het oog lijkt te zijn. Voor ons is Disney niet alleen maar een pretpark met attracties, lange rijen, jammerende kinderen en veel te duur eten en drinken. Het klinkt raar voor mensen die ons gevoel niet delen, maar wij vinden er geluk.  Het doet ons denken aan ‘the bare necessities of life’, quality time samen in iets wat ons compleet maakt. Het doet alles waar ik me druk om maak even vergeten. Het geeft me de nodige kracht en geloof dat alles mogelijk is zolang je kunt dromen. Dat als je voorbij je comfortzone durft te gaan de beloning het waard zal zijn. Dat je wonderen tijd kosten. Dat als je op het verleden blijft richten, je nooit zal kunnen zien wat er voor je ligt. Dat je de macht hebt om je eigen lotsbestemming te vinden zolang je maar de moed vind ik je hart. Dat je vooral lol moet hebben in het werk dat je doet. Dat het probeem op zich niet het probleem is maar de wijze hoe jij er zelf mee omgaat. Dat vandaag een goede dag is om te proberen. Dat je ook kunt zweven in plaats van te vliegen. Dat de dingen die mij verschillend maken van anderen, MIJ maken. Dat je naar je hart moet luisteren. Dat het niet uitmaakt welke weg je kiest zolang je maar weet waar je heen wilt. Dat je geweten je gids moet zijn en vooral wat de primaire behoeften van het leven zijn.

Dat laatste is iets wat ik mee naar huis heb genomen. Want wat heb ik eigenlijk nodig? Waarom ben ik nooit tevreden met wat ik heb en wil ik altijd geprikkeld blijven tot meer? Waarom ben ik atijd op zoek naar een nieuw doel? Begrepen te worden? Beter worden, groeien, gezien worden? Is het niet een keer klaar met mezelf te willen bewijzen net zoals dat ik klaar ben met de kanker en alles wat daarbij hoort. Is het niet juist belangrijk dat ik mezelf zie? Dat ik weet waar ik naar toe wil of er misschien al wel ben?

Het antwoord ligt recht voor mijn neus. Ik vind het in Disney als ik de vrolijke parade aan me voorbij zie gaan, Ik vind het in een goed gesprek met iemand die me heeft gelezen. Ik vind het in de kerstboom die de warmte de kamer instraalt en ik vind het een hoopje hond in de mand naast me. Ik laat los wat ik zo wanhopig vasthoud en me door het gewicht naar de bodem doet zakken. Ik laat los…. en zweef..

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  lees verder

De kunst van de eerlijkheid

De kunst van de eerlijkheid

Wanneer iemand me vraagt naar mijn eigenschappen zal ik antwoorden dat ik een positief, maar realistisch mens ben, eerlijk en oprecht met een enorme dosis doorzettingsvermogen en trouw. Toch vraag ik mezelf kritisch af of die oprechte eerlijheid wel helemaal klopt. Want waarom slik ik dan 9 van de 10 keer in wat ik eigenlijk zou willen zeggen?

Misschien voor de lieve vrede omdat confrontaties niet altijd het gewenste resultaat leveren? Misschien omdat ik bang ben dat de ander me nadien niet meer zo aardig vind? De angst veroordeeld te worden? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat ik vroeger heel anders was. Er was ooit een tijd waarin ik je recht in je gezicht zou zeggen dat ik je niet aardig vind, dat ik vind dat je de kantjes ervan af loopt, dat ik last heb van jouw gedrag, dat ik negatief wordt door jouw manier van doen of dat je me pijn heb gedaan en ik me door jou in de steek gelaten voel. Wanneer dat is veranderd weet ik niet precies. Er zit geen datum aan. Het zal zo zijn gegroeid door meerdere keren tegen een muur aan te zijn gelopen door eerlijk te zijn.

De laatste tijd verlang ik echter terug naar dat vroeger. Ondanks de muur die ik tegen kwam, keek ik wel helderder de spiegel in. In plaats daarvan doe ik mezelf te kort door in te slikken wat ik wil zeggen, te glimlachen en te knikken. Als ik er over nadenk weet ik eigenlijk stiekem best waarom mijn eerlijkheid lijkt te blokkeren in bepaalde situaties. Het heeft alles te maken met een gevoel van veiligheid.  Mijn lief en mijn kinderen bijvoorbeeld zullen me niet veroordelen of verlaten. Bij hen kan ik mijn gevoel de vrije loop laten gaan en zo zijn er nog een paar mensen in mijn leven. Zodra het verder gaat dan die selecte groep is de veiligheid echter niet meer gewaarborgd en begint het inslikken.Want stel je voor dat mijn eerlijkheid consequenties heeft.

Het iriteert me. Het feit dat een ander in staat is mezelf minder te laten voelen dan dat ik waard ben. Het feit dat ik blokkeer mijn ongezouten mening te geven wanneer ik voel dat ik zelf of een ander wordt benadeeld. Wanneer de dingen waar ik vol passie warm voor loop, de ander koud laat. Ik wil het leren, die kunst van de eerlijkheid beheersen dat ik kan zeggen wat voel en denk zonder het hoofd van de ander er af te bijten, zonder iemand pijn te doen. Wat moet het opluchting geven om gewoon te kunnen zeggen tegen de ander wat je denkt in een verstaanbare, begrijpelijke taal die de ander ook kan verwerken tot positieve informatie. Ik benijd hen die dat kunnen. Dr. Seuss had wel een punt.. ‘Wees wie je bent en zeg wat je voelt  want belangrijke mensen maakt het niet uit en wie het uitmaakt, is niet belangrijk.’ lees verder

Welkom Sinterklaas en gouden Piet!

Welkom Sinterklaas en gouden Piet!

‘We varen de verkeerde kant op’ roept Sinterklaas verwonderd uit naar zwarte Piet.  ‘Nee hoor’, zegt Piet, ‘we gaan naar Engeland want er zit te weinig water in de rivier en daarbij, we zijn nergens in Nederland meer welkom…’

‘Bij mij wel hoor’, mompel ik tegen de televisie terwijl ik van een pepernootje snoep. De foto van de Sint heeft een prominente plaats op de kast. Jaren geleden heb ik hem gemaakt bij de intocht van Sinterklaas in Zaltbommel . Ik zie ons nog staan daar aan die kade met twee blije kindergezichtjes naast ons die niet stil konden staan van enthousiasme. Ik voel nog steeds de tranen van intens geluk die langs mijn gezicht biggelden toen pakjesboot 12 met luid getoeter aan kwam varen. De pieten die over de daken klommen, de fanfare die al die oude bekende liedjes speelden zonder aanpassingen, de kinderen die luidkeels meezongen en Sinterklaas die met een luid hallooooo aan wal stapte. Magisch was het.

Er was nog geen sprake van protesten om de kleur van zwarte Piet. De motieven van Sinterklaas, veegpieten, roetpieten, kaaspieten, taakstraffen en rechtzaken  en het recht om te protesteren om Sinterklaas te weren om voet aan wal te zetten. Er was enkel blijdschap en verwachting. Het enige recht dat gold was het recht van het kind op het bezoek van de Sint met honderden Pieten die cadeautjes kwamen brengen. Hoe is al dat geluk zo snel omgedraaid  naar de dag van vandaag?

Al mijmerend kijk ik naar de aankomst van de Sint. Vandaag kijk ik, misschien wel voor het eerst in jaren, alleen.  Stiekem houd ik mijn hart vast of alles wel goed zal verlopen. Hopend met heel mijn hart dit feest niet nog verder verpest gaat worden voor al die kinderen die vol verwachting wachten op zijn komst.  Als Sint al twijfelde of hij wel welkom zou zijn, is hopelijk vandaag weer bevestigd dat het slechts de volwassenen zijn die hun eigen ongerief, angst en onzekerheid uitvechten over de rug van de kinderen. De kinderen nog onschuldig  en zonder zorgen delen al die volwassen gedachtenspinsels over een vermeend racisme duidelijk niet. Wanneer Sinterklaas met zijn zwarte Pieten, veegpieten, pieten met en zonder muts met of zonder veer van de pakjesboot komt, staan er duizenden kinderen langs de kant te juichen. Het is feest! En daar ligt de essentie. Het is immers van oudsher een kinderfeest.

Welkom in Zaastad staat er langs de kant van de weg. En zo is het!  Het is flink druk langs de route. Gezellig, vrolijk en blij. Het doet me  weer terug denken aan de intocht in Zaltbommel jaren geleden. Wat maakt het de kinderen uit welke kleur  zwarte Piet heeft, wel of geen muts heeft, oorringen in heeft of een veer op zijn muts heeft?  De Sint en de Pieten  zijn er om de kinderen blij te maken. Zo simpel is het. Een andere grondslag  ligt er niet. Voor hen is zwarte Piet van goud! lees verder

Onder moeders vleugels

Onder moeders vleugels

Een lief, vertrouwd gezicht kijkt me  lachend aan. Ze heeft een klein meisje met grote ogen en bolle wangen op haar schoot. Met twee warmen armen houdt ze haar stevig vast. Niets zal haar overkomen…Liefdevol houd ik het fotolijstje in mijn hand, zet haar voorzichtig op de vensterbank en steek mijn kaarsje aan.

Het is lang geleden dat ik veilig onder mijn moeders vleugels zat.  Al jong, op mijn 19e ,ben ik  zelfstandig gaan wonen. Nog wel om de hoek, zodat ik na schooltijd vaak nog gezellig met mijn moeder aan de thee zat, maar niet lang nadat ik op mezelf ging, vertrokken mijn ouders naar een andere provincie. Ik was op mezelf aangewezen. Voor mij was dat een goede ontwikkeling.  Volwassen worden ging vanzelf. Met vallen en opstaan natuurlijk, maar ik wist al snel mijn eigen boontjes te doppen, rekeningen te betalen, schoon te maken en de was te doen.

Mijn moeder en ik belden elkaar vaak, ik denk zelfs wel om de dag, maar zeker één keer in de week.  Onze gesprekken gingen over alles. Van koetjes en kalfjes en wat eten we vandaag tot diepgaande zaken van moeder tot dochter en andersom. Onze band was sterk, hecht en vol liefde. Net als iedere andere dochter ergerde ik me wel eens aan haar moederlijke zorg en bemoeienis, maar liefde overwon alles. Totdat ze stierf. Vijf minuten later toen we ophingen van wat toen bleek, ons allerlaatste telefoongesprek.

Ik denk veel aan haar. Zoals  bijvoorbeeld vandaag met allerzielen als mijn kaarsje voor haar brand of zoals een paar weken terug  toen ik met hoge koorts ziek op de bank lag. Ik dacht aan vroeger hoe ik als kind op de bank lag wanneer ik ziek was. Ondergestopt met een aai over mijn voorhoofd door mijn moeder. Een glaasje sap op het tafeltje naast me, de plaat van Paulus de Boskabouter die draait op de pick-up.  Vaak kocht ze een bosje narcissen voor me als ik ziek was om me op te fleuren. Als ik nu narcissen zie, denk ik daar altijd met warmte aan terug. De gedachten maken me weemoedig. Een groot gemis van een liefdevolle hand. Alsof mijn hond mijn gevoel oppikt, krijg ik een lik over mijn hand. Waar ik vroeger ziek zijn bijna fijn vond, vind ik het nu verschrikkelijk. Ik kan me er niet aan over geven. Na een paar dagen komen de muren letterlijk op me af en vlucht ik naar buiten. Mijn moeder kijkt me vanaf de vensterbank hoofdschuddend aan alsof ze me wil zeggen dat ik gewoon moet ontspannen. Bij gebrek aan de plaat van Paulus de Boskabouter zet ik een Disney film op en schenk mezelf een sapje in.  Er is geen tijd om ziek te zijn.  Het is tijd om de vleugels te spreiden en weer te vliegen. lees verder

De patiënt als tennisbal

De patiënt als tennisbal

RIP hangt erop een groot spandoek aan de gevel van het Slotervaart ziekenhuis in Amsterdam.  Zowel het MC Slotervaart en MC IJsselmeerziekenhuizen werden vorige week failliet verklaard. Een doemscenario voor al het personeel én om niet te vergeten voor de  patiënt. Deze patiënt voelt zich als een tennisbal met één harde klap over het net geslagen zonder te weten waar het uit komt.

Ongeloof, paniek, verdriet, boosheid. Emoties overspoelen zowel personeel als patiënt wanneer het doek valt voor deze ziekenhuizen.  Emoties die ik me helemaal kan voorstellen want ik ben werkzaam in een ziekenhuis maar ook regelmatig patiënt na de diagnose schildklierkanker. Als ik me in beide kanten in leef, voel ik de pijn die al deze mensen in Amsterdam en Flevoland moeten voelen.  Een faillissement brengt altijd verdriet met zich mee. Dat is logisch en al erg genoeg op zichzelf maar in het geval van een ziekenhuis zijn er ook patiënten mee gemoeid. Mensen die iets mankeren, pijn hebben, ziek zijn, zorg nodig hebben en een warm hart dat hen begrijpt.  Mensen die al jarenlang dezelfde arts hebben, een band hebben opgebouwd, mensen die aan een half woord genoeg hebben om te kunnen vertellen wat ze voelen.  Iets dat je niet zo maar weer even opbouwt met iemand die je niet kent, en vooral jóu niet kent.

Zomaar ineens valt het allemaal weg. Het ontvangst vol herkenning aan de balie van een poli waar je wekelijks komt, die persoonlijke band met een behandelend arts die ook echt vraagt hoe het gaat en je vraagt naar je man en kinderen zonder naar zijn scherm te kijken of die verpleegkundige die er altijd is wanneer je voor de zoveelste keer wordt opgenomen in een kamer die je zo goed kent als je eigen woonkamer.  De vertrouwde menselijkheid die zo nodig is voor het algehele welzijn en herstel.

Het maakt plaats voor het onbekende, een nieuw ziekenhuis waar je de weg nog niet kent, het weer opnieuw vertellen van je verhaal, een band opbouwen met een arts waar je nog  niet zeker van bent of er wel een klik is. En zo is het ook voor het personeel. Want de band met de patiënt komt van beide kanten.  Ook zij voelen mee met hun patiënten die ze soms al jaren volgen en verzorgen. Het wordt zo gemakkelijk gesteld. Werken kun je overal. Goed zorgpersoneel is overal meer dan welkom. Maar van de een op andere dag afscheid moeten nemen van je vertrouwde stek, de patiënten, je collega’s die je door en door kent, doet zeer.

Ik herken het. Nog steeds voel ik me thuiskomen als ik met de auto het terrein op rijd waar de vlaggen wapperen in de wind of wanneer ik door de vertrouwde draaideur het ziekenhuis betreed en door de lange gang heen loop. Een onbeschrijflijk gevoel van trots, ‘hier mag ik werken’.  Wanneer dit er morgen ineens niet meer bestaat, letterlijk leeg wordt getrokken, overgeleverd aan de zorgverzekeraar, die een zorgplicht heeft naar zijn verzekerden het ijzeren apparaat achter het grote geld, zou mijn hart breken. Zowel als werknemer als patiënt. Had diezelfde zorgverzekeraar niet samen met de politiek meer zorg kunnen dragen dat dit allemaal niet was gebeurd. De zorg is geen spelletje tennis! Maar toch voelt de patiënt zich een tennisbal. Met één harde klap over het net geslagen zonder te weten waar het uit komt.  Met heel mijn hart hoop ik  voor de tennisbal dat deze uiteindelijk mag landen op de juiste plaats en niet buiten het veld beland. lees verder

Pauze en reset

Pauze en reset

Alsof iemand anders de afstandsbediening van mijn algehele gesteldheid in zijn bezit heeft en alle knopjes op het paneeltje indrukt om vervolgens de repeat knop meerdere malen in te toetsen, vliegt mijn lijf van aan naar uit  en weer aan, spoel ik terug, ga vooruit en weer terug, hoor ik een lach die steeds harder klinkt om te verstommen naar mute. Het wordt tijd de afstandsbediening zelf te gaan hanteren op de pauzeknop te drukken en te resetten.

Met een diepe zucht draai ik het contactsleuteltje van mijn kleine grijze bolide om. Het is weekend.  Eindelijk, denk ik er meteen achteraan. Ik speek de woorden hardop uit om ze kracht bij te zetten. Iets waar ik mezelf de laatste tijd vaker op betrap. Overigens wel iets waar ik mee uit moet kijken want ook kleine en grotere ergernissen spreek ik steeds vaker hardop uit zonder te kijken wie er achter me loopt. Aan de andere kant een teken aan de wand dat er dingen hoog zitten  op alle gebied en het sowieso tijd wordt hardop uit te spreken wat ik denk en voel. Leerpuntje, denk ik terwijl ik het terrein afrijd en de radio harder zet. Mijn hoofd moet even leeg. Geen betere remedie dan hardop meezingen met Radio 10.

Eenmaal thuis plof ik neer op de bank. De voorgaande weken zijn me zwaar gevallen. Mijn gezondheid die te wensen overlaat, zieken, onverwachtse gebeurtenissen en de overgang die juist deze weken uitzoekt om nog harder te gaan spoken. Met het advies van de huisarts in mijn achterhoofd die me zegt dat ik vooral rustig aan moet doen, schenk ik mezelf een kopje thee in. “Rustig aan doen”, denk  ik een beetje smalend hardop. Ik vind het een advies van niks. Het is altijd zo gemakkelijk gezegd, maar men vertelt er nooit bij hoe je dat dan doet. Alles om je heen gaat immers gewoon in volle vaart door. Het werk, de was, de boodschappen, een verharende hond, kinderen over de vloer met vragen, wensen en andere dingen die aandacht nodig hebben. Nee zeggen is de kunst als het gaat om de extra dingen. Maar wat is extra?

Momenteel ontzeg ik mezelf juist de dingen die me zouden moeten ontspannen. Sport, sociale contacten, een avondje dansen, maar kun je ook nee zeggen als er zieken zijn? Kun je nee zeggen op gewoon dagelijks werk waarbij je soms onder het bureau moet kruipen omdat er een kabeltje los zit bij een PC. Kun je nee zeggen als er onverwacht dingen gebeuren waar niemand wat aan kan doen maar wat wel extra zorg eist? Blijf je grenzen aangeven als je denkt dat je dat eigenlijk al wel hebt gedaan door te vertellen hoe je je voelt? Hoe veel duidelijker moet je dan nog zijn? Moet je daarvoor diep onder de dekens kruipen of je verstoppen in een donkere kamer, een verre reis boeken of gewoon net doen alsof er niets aan de hand is en vrolijk doorlachen zoals ik omdat dat me letterlijk overeind houdt? Hoe zorg ik goed voor mezelf zonder te verzaken wat belangrijk is? Hoe stop ik mijn gedachten over wat een ander denkt als ik nee verkoop. Waar is die pauzeknop die ik zelf moet bedienen?

Zeur ik als ik zeg dat dat ik het gewoon even niet weet? Ik ben niet gewoon moe, maar uitgeput met een lijf dat overuren maakt . Het heeft invloed op mijn welzijn, mijn humeur, mijn zogenaamde lontje dat korter en korter wordt.  Ik word gek bij de gedachte dat het nog zes weken kan duren voordat mijn medicatie de hormonen weer de betere kant op doen rollen. Ik heb een reset nodig. En niet over zes weken, maar NU!

  lees verder

Haas en Schildpad

Haas en Schildpad

Als kind had ik een spel. Haas en Schildpad heette het. Afhankelijk van de dobbelsteen was je een haas of een schildpad. Met andere woorden, was je langzaam of was je snel. Momenteel ben ik de hoofdrolspeler van dat spel. Afhankelijk van hormonen ben ik langzaam of juist snel.. té snel.

Met hoge koorts, een bonkend hart en een stekende hoofdpijn zit ik achter mijn bureau. Trillende handen raken de toetsen van mijn toetsenbord. Mijn lijf maakt overuren. Zowel letterlijk als figuurlijk.  De ochtend begon met hevige buikpijn, diaree die maar bleef lopen.  Ik voel me ziek, moe en uitgeput, maar ziek ben ik niet. Tenminste niet in de zin van een griep of een virus. Mijn hormonen zijn ziek. Van een hypotheroide schildpad ben ik in een paar weken tijd veranderd in een hypertheroide haas.

Het begon een paar maanden geleden. Na zeker anderhalf jaar stabiel te zijn geweest met mijn schildklierhormoon instelling na de schildklierkanker van 2012 voelde ik me ineens niet meer lekker. Ik liep achter de feiten aan, was moe, vergeetachtig, had last van obstipatie, spierpijn en allerlei andere vage klachten. Ik weet het in de eerste instantie aan de drukke periode die ik net achter de rug had maar toen de klachten aanhielden was de gang naar de prikpost gauw gemaakt. De uitslag was overduidelijk. De TSH was veel te hoog. Geen wonder dat ik zo moe was. De medicatie werd opgehoogd en na 6 weken maar weer prikken. Na 6 weken bleek de TSH nog iets te hoog, doorslikken zoals bezig, was het beleid.

Achteraf gezien waren er wel signalen dat ik aan het doorschieten was naar de andere kant. De vermoeidheid werd uitputting, de spierpijn ontstekingen, de kouwelijkheid, de worstelingen met mijn temperatuur sloegen door naar hoge koorts, mijn lontje werd steeds korter en mijn hart bonkte mijn borstkas uit. Daarnaast ontwikkelde zich een hoofdpijn die me behoorlijk wazig deed zien. Met een, ik denk dat ik een griepje heb, meldde ik me een paar dagen afwezig.  Eenmaal koortsvrij ben ik weer aan de slag gegaan want van thuiszitten word ik zo mogelijk nog onrustiger als dat ik al ben.

Omdat het griepje zonder enige vorm van verkoudheid me eigenlijk niet zo waarschijnlijk lijkt, de hartkloppingen steeds heviger worden en de fysiotherapeut op de sportschool een veel te hoge bloeddruk op meet, maak ik maar een afspraak bij de huisarts om even bloed te prikken. Doorgeslagen naar een te lage tsh en veel te hoge T 4 waarde,  klinkt het oordeel. En dat is niet zo gezond. In een zeer beperkte tijd met deze hartkloppingen en hoofdpijn mag ik niet door blijven slikken met deze hoeveelheid medicatie.   Ik moet een flinke stap terug doen. Iets wat me benauwd want fijn afstemming klinkt zo nauw dat iedere stap er soms een te veel is. Ik wil niet blijven  jo-jo-en! Liever wandelen dan sporten klinkt  het oordeel verder, medicatie minderen en over 6 weken weer prikken. Wanneer ik mijn zorgen uit over het jo-jo-en, krijg ik een duidelijk antwoord. Als je zo blijft doorslikken steven je regelrecht op een infarct af. Bam! Die komt binnen. In de relaxstand dus, weg  met haas en schildpad. tenminste dat wil zeggen,  zoveel mogelijk en voornamelijk in het weekend want het spel moet verder wel worden gespeeld.

  lees verder

Als de motor uitvalt…

Als de motor uitvalt…

Wat doe je als je stil komt te staan op de snelweg als je motor uitvalt? Juist! Je belt de wegenwacht in de hoop dat hij hem weer aan de praat krijgt zodat je weer onverstoorbaar verder kunt rijden. En als hij dan gemaakt is, heb je dan genoeg vertrouwen in je auto om weer de weg op te kunnen?  En werkt dat ook zo met de motor van je lijf?

lees verder

Schildklierkanker awareness. Een gezicht met grenzen

Schildklierkanker awareness. Een gezicht met grenzen

Het is september! Schildklierkanker awareness maand! Ieder jaar een maand lang extra aandacht voor schildklierkanker. Ieder jaar proberen de gezonde medemens te bereiken met de realiteit waarin schildklierkankerpatiënten iedere dag leven. Ieder jaar hopen een klein stapje verder te komen in het besef, begrip en onderzoek naar. Voor wat dat laatste betreft heeft Olympisch zwemkampioen Maarten van der Weijden een meer dan flinke duit in het zakje gedaan met zijn  megaprestatie de zwemtocht der tochten afgelopen augustus.

De tijd gaat snel. De maanden vloeien over van de herfst naar de winter, de lente een hele lange zomer naar weer  een heel voorzichtige herfst. Het is al weer september! Een plotseling besef dat de tijd  ongemerkt aan mij voorbij vliegt.  Na het uitkomen van mijn tweede boek  De kanker voorbij, over het leven na schildklierkanker, lijk ik de kanker te hebben losgelaten. Ondanks de nog steeds bestaande restklachten en de heen en weer slingerende hormonen die soms met een stortvloed aan gevoelens roet in het eten gooien, leef ik door alsof de kanker alleen nog  ergens in een ver verleden heeft bestaan. Hoewel ik nog steeds benaderbaar ben voor medemusketiers en andere belanghebbenden, schrijf ik veel minder, neem ik afstand van sociale media en ben ik nauwelijks bezig met de promotie van mijn twee boeken. Steeds meer richt ik me op wat er voor de kanker al was. Mijn gezin, liefde, vakantie, winkelen in de stad, sporten, werken, gewoon mijn leven.

Tót de zwemprestatie van Maarten. Geld voor onderzoek naar schildklierkanker was één van de doelen waarvoor Maarten de Friese wateren in ging. Ik werd benaderd door de NFK (Nederlande federatie Kankerpatiëten) om een banner te maken met slogan en mijn hoofd en naam er op ten behoeve van schildklierkanker. Daar hoefde ik geen twee keer over na te denken. Natuurlijk deed ik dat! Mijn hart ligt immers nog altijd bij de schildklierkankerpatiënt en alles wat er nodig is om meer awareness, begrip en onderzoek te doen naar het hoe en wat van schildklierkanker en zijn gevolgen. Ook werd me gevraagd ter plaatse te  spreken over schildklierkanker.  In de gelukkige wetenschap dat er nog veel meer mensen zijn die goed kunnen praten over deze ziekte heb ik daar met een helaas,  “Nee”op moeten antwoorden.  Een moeilijke maar weloverwogen beslissing omdat ik na de kanker heb geleerd mijn grenzen te bewaken.  Na een werkdag op en neer naar het hoge noorden rijden om de volgende dag weer om 6.15 naast mijn bed te staan voor een nieuwe werkdag was een grens te ver.

Ondanks mijn, voor mij persoonlijk de beste beslissing, voelde het vreemd om er niet lijfelijk bij te zijn. Op de televisie zag ik mijn gezicht voorbij komen achter het hoofd van premier Rutte en een kleine steek van spijt ging door me heen om plaats te maken voor de ongelooflijke trots op Maarten en zijn topprestatie. Ook hij zei ‘nee’ op het moment suprême. Een wijze beslissing die hem juist nog sterker maakt dan dat hij al was.  En zo is het ook voor mij.  Waar ik eerder meteen hemel en aarde bewogen zou hebben om er bij te kunnen zijn en mijn stem te laten horen bedenk ik me eerst voordat ik  “ja!” roep, wat het mij kost aan energie en extra klachten.  Het krijgen van schildklierkanker heeft me na zes jaar geleerd dat ik mijn grenzen mag hebben. Dat ik verder mag gaan. Dat het leven niet meer dagelijks bepaald hoeft te worden door de kanker maar dat ik er ook op afstand voor mensen kan zijn. In de vorm van een gezicht op een banner, een gezicht op een boek of een gezicht in de maand van de schildklierkanker. . De awareness van de gevolgen van schildklierkanker is in ieder geval tot mijzelf doorgedrongen. Nu nog tot de rest van gezond Nederland!

  lees verder